Ruil jij binnenkort je bedrijfswagen in voor het mobiliteitsbudget? Overweeg je de stap? Dan weet je best waar je dat budget aan kan spenderen. In deze blog ontdek je meer over hoe je het aan je huur of lening kan spenderen, waarom dit voordelig is en wat de alternatieven zijn.

Meest populaire optie binnen het mobiliteitsbudget

Zo’n 70% van de medewerkers met een mobiliteitsbudget spendeert het aan hun huur of lening. Bij Olympus Mobility zien we dat het gross van alle bedragen besteed wordt aan huisvesting. Sommige mensen gebruiken hun volledige mobiliteitsbudget, maar anderen slechts een deeltje.

En die populariteit is logisch. Huur en lening vallen namelijk binnen pijler 2 van het mobiliteitsbudget en dat betekent: bruto = netto. Het bedrag dat je krijgt van je werkgever mag je volledig spenderen, zonder enige vorm van (para)fiscale of sociale bijdrage. Stel dat je maandelijks beschikt over €600 mobiliteitsbudget, dan mag je dat volledige bedrag spenderen aan je huur of lening. En zeg nu zelf, €600 netto erbij, daar moet niemand twee keer over nadenken.

Maar deze optie is niet enkel een mooi loonvoordeel. De federale overheid heeft het vergoeden van huisvesting namelijk zeer bewust toegevoegd aan de mogelijkheden van het mobiliteitsbudget. Door het beschikbaar te maken voor mensen die vlakbij het werk wonen of vaak thuiswerken, verlichten ze de verkeersdruk. Mensen nemen rapper de fiets of werken op afstand, waardoor er minder wagens op de baan zijn. Dat betekent minder files, minder CO2-uitstoot en een groenere wereld.

Wie mag het mobiliteitsbudget gebruiken voor huisvesting?

Allereerst beslist je werkgever of die het toelaat om de huur of lening te financieren met het mobiliteitsbudget. Dat staat beschreven in het mobiliteits- of mobiliteitsbudgetbeleid van het bedrijf waar je werkt.

Wanneer je werkgever ervoor kiest om deze optie aan te bieden, dan moet je voldoen aan één van deze criteria om het mobiliteitsbudget te mogen gebruiken voor je huur of lening:

  • Je woont op minder dan 10 kilometer van je hoofdwerkplek.
  • Je werkt minstens 50% van de tijd thuis.

Wat als ik mijn mobiliteitsbudget niet wil spenderen aan mijn huur of lening?

Als je het mobiliteitsbudget niet besteed binnen pijler 1 aan een (goedkopere) elektrische wagen, dan beschik je binnen pijler 2 nog steeds over talloze andere opties. Die keuzevrijheid is één van de sterktes van het mobiliteitsbudget. Naast huisvesting, mag je je budget dus ook spenderen aan onder andere:

  • Flexibele mobiliteit: openbaar en gedeeld vervoer binnen de Europese Economische Ruimte (EER)
  • Taxi’s en huurwagens
  • Fietsaccessoires die de zichtbaarheid verhogen
  • Aankoop en onderhoud van een (tweedehands)fiets
  • ...

Ook je gezin profiteert van het mobiliteitsbudget. Je mag bijvoorbeeld je volledige treinreis binnen de EER ermee financieren, abonnenementen aanschaffen of fietsen en andere vormen van zachte mobiliteit aankopen, voor jezelf én je familieleden.

Bovendien mag je ook parkeren met je mobiliteitsbudget. De enige voorwaarde is dat je parkeerkost gerelateerd is aan een rit voor je woon-werkverkeer. Je kan dus bijvoorbeeld parkeren bij B-Parking wanneer je de trein neemt voor het werk.

Dankzij de mobiliteitsapp van Olympus Mobility krijg je één toegang waar je je huur/lening regelt én tickets koopt voor elke mogelijke mobiliteitsdienst. Het is jouw “one-stop mobility shop” voor het gebruik van je mobiliteitsbudget.

Meer over pijler 2

Wat je moet weten over de drie pijlers

Binnen het wettelijk of federaal mobiliteitsbudget bestaat er een waaier aan alternatieve mobiliteitsopties.

Welke pijlers moet je als bedrijf aanbieden? Welke opties gebruiken medewerkers het meest?

Mobiliteitsgids om je voor te bereiden op het mobiliteitsbudget in 2026

Wat als er op het einde van het jaar nog budget overblijft?

 Een mobiliteitsbudget ontvang je voor éé kalenderjaar. Sommige medewerkers ontvangen maandelijks een deel van hun budget, anderen krijgen het volledige bedrag in één keer. In beide gevallen is het mobiliteitsbudget bruikbaar gedurende datzelfde jaar.

Op het einde van het kalenderjaar wordt je budget gereset en start je opnieuw met een nieuw, mogelijks geïndexeerd, bedrag. Indien je een restbedrag overhoudt aan het einde van het jaar, dan wordt dat bedrag uitbetaald door je werkgever. Dat ontvang je met je loon.

Dit concept noemen we pijler 3 van het mobiliteitsbudget. In tegenstelling tot pijler 2, waar bruto gelijk is aan netto, is pijler 3 onderhevig aan 38,07% bijzondere werknemersbijdrage. Je zal dus altijd een deel van je restbedrag afstaan. Daarom is het aangeraden om je budget te gebruiken in pijler 2, waar je het meest uithaalt.

Start met Olympus Mobility

Ook het wette­lijk mobi­li­teits­bud­get implementeren?

Van voorbereiding tot implementatie en beheer, met Olympus Mobility ben je altijd eenvoudig op weg. Bepaal je formule en ontdek jouw persoonlijke oplossing.

Pop-up om de beste formule te bepalen bij Olympus Mobility